Gebiedsontwikkeling met hoge dichtheid vraagt vaak om collectieve oplossingen. Ook voor mobiliteitshubs. Tegelijkertijd zijn publiek-private samenwerkingsverbanden (PPS) niet altijd de meest logische, of voor de hand liggende oplossing voor het organiseren van een passend mobiliteitsaanbod en/of het exploiteren van mobiliteitshubs.
Op hoofdlijnen onderscheiden we drie archetypische modellen voor het organiseren van zowel de fysieke verschijning (schaal) als de governance van (netwerken van) mobiliteitshubs:
- Private hub: éen per individuele ontwikkeling
- Een netwerk van collectieve hubs op wijkniveau, veelal met PPS als aansturingsvorm
- Een stedelijk netwerk van hubs, onder gemeentelijke regie
Er is niet één juiste schaal en governance voor hubs in de gebiedsontwikkeling. Van de momenteel in ontwikkeling zijnde hubs en ontwikkelingen kan ook niet worden gesteld dat ze zich 100% conformeren aan een van de archetypische modellen. Wel zijn er vragen die gemeenten zichzelf zouden moeten stellen, voordat ze kiezen voor een bepaalde schaal of omvang. Dit deel van Praktijkgids Mobiliteitshubs is bedoeld om daar handvatten voor te bieden.
Vragen die je zou kunnen stellen om erachter te komen welk archetype passen is, zijn: wat zijn de voor- en nadelen van de verschillende modellen, wat zijn de gevolgen in termen van kosten en beschikbaarheid voor de gebruiker en hoe zou je de eventuele nadelen zou kunnen mitigeren?
Belangrijkste vragen
Klik op één van onderstaande vragen voor een antwoord.