Er zijn diverse manieren om knelpunten in gebiedsontwikkeling rond deelmobiliteit aan te pakken. Hieronder een overzicht.
- De verantwoordelijkheid voor toekomstbestendige instandhouding van het mobiliteitsconcept. In de praktijk belegt de ontwikkelaar dit vaak direct bij de aanbieder. De aanbieder werkt echter vaak met een korte horizon (3-5 jaar). Voorkom dit door al in de haalbaarheidsfase duidelijk te maken bij wie de verantwoordelijkheid voor continuïteit belegd wordt.
- Schaal. Een situatie waarin elk bouwblok zijn eigen gesloten oplossing heeft, kan leiden tot gebrek aan schaal en onvoldoende gebruik voor een rendabele exploitatie. Stuur op bundeling, organiseer deelmobiliteit een groter schaalniveau. Dat kan het hele gebeid zijn, de hele gemeente, of misschien zelfs wel de regio of provincie.
- Locatie van deelmobiliteit. Aanbieders staan, met het oog op zichtbaarheid, graag op straat, in de openbare ruimte. Dit kan in strijd zijn met de ontwerpfilosofie van de hub of het plangebied. Houd in gedachten dat een hub geen doel op zich is. In de notitie “Modellen voor Regie, Keuzes in schaalniveau en governancemodel bij Mobiliteitshubs” wordt expliciet overwogen om parkeerplaatsen voor deelmobiliteit en doelgroepen buiten de hub te laten.
- Planhaalbaarheidstoets is vooral gericht op “x-aantal auto’s bij oplevering van het project”. Er wordt hierin onvoldoende rekening gehouden met veranderende voorkeuren en/of reële gebruikscijfers. Mobiliteitsadviseurs hebben nog onvoldoende instrumenten in huis om de duurzame uitwerking van het mobiliteitsconcept te toetsen bij vergunningsverlening.
- Bewoners weten niet wat ze hebben. Communicatie over het mobiliteitsconcept start vaak te laat of is niet helder genoeg. Zorg niet alleen dat het concept bij de verkoop duidelijk is, maar dat ook bewoners die later in het gebied komen wonen actief geïnformeerd worden.