Frans Bekhuis over gebiedsgericht werken: ‘Het mooie is dat we onze kennis koppelen aan data en techniek’
De druk op de fysieke leefomgeving neemt snel toe. Steden en dorpen moeten ruimte maken voor woningbouw, vergroening, duurzame mobiliteit en een aantrekkelijke openbare ruimte. Die opgaven grijpen steeds sterker in elkaar. Reden voor CROW om in 2025 allerlei stappen te zetten. Een daarvan: van losse richtlijnen naar een integraal, gebiedsgericht werkproces, samen met koplopergemeenten, regio’s, kennisinstellingen en het Rijk.

“De opgave is buiten, wij verzinnen het niet”, zegt Frans Bekhuis, programmamanager gebiedsgericht werken. “We willen allemaal een mooi, leefbaar Nederland. Maar alles rolt over elkaar heen. Als je iets wilt doen voor meer woningbouw, loop je meteen tegen parkeren, groen, mobiliteit en klimaatadaptatie aan. En we groeien naar 20,5 miljoen inwoners, terwijl de ruimte beperkt is.”
Traditioneel is CROW sterk in collectieve kennis: richtlijnen, handreikingen en standaarden die overal in Nederland worden gebruikt. Maar die zijn per definitie uniform. Gebiedsgericht werken vraagt juist om maatwerk. De ene wijk is de andere niet en elke doelgroep heeft zijn eigen behoeften.
Frans beschrijft dat met een kennispiramide. “Aan de basis staat de gestolde, collectieve kennis waar CROW groot mee is geworden. Aan de andere kant zie je het gebiedsgericht werken: uitgenodigd worden bij nationale programma’s, meedoen met koplopers en daar nieuwe inzichten opdoen. In die piramide zit voor mij de heilige graal. Iedereen is nodig.”
Toolbox
Een concreet resultaat van 2025 is de Toolbox Slimme, Duurzame Verstedelijking. Die bundelt vijftig tot zestig instrumenten en kennisdocumenten, geselecteerd uit de grote CROW-kennisbank én bij andere partijen. Frans: “Het is niet alleen CROW-kennis. De professional heeft niets aan tien verschillende websites. Die wil één plek waar alles samenkomt.”
De toolbox volgt de stappen van het werkproces, van visie en ontwerp tot inrichting, beheer en onderhoud. “Als een gemeente zegt: wij hebben de visie al, maar we lopen vast in de uitvoering, dan kun je direct het passende gereedschap pakken.”
Gemeenten als Dordrecht, Amersfoort en Dronten gebruiken de toolbox al in workshops en trajecten. Frans schuift alleen aan als verschillende disciplines aan tafel zitten: verkeerskundigen, stedenbouwers, beheerders en bestuurders. “Het gaat niet om één vakgebied. Mobiliteit is voor mij het vertrekpunt, maar het verbindt letterlijk alle ruimtelijke functies. Je moet elkaars vocabulaire leren verstaan. Dan ontstaat een integraal verhaal waarbij een gemeenteraad echt iets te kiezen heeft.”

Parkeren & duurzame gebiedsontwikkeling
Een tweede mijlpaal is de handreiking en cursus Parkeren & duurzame gebiedsontwikkeling, gemaakt op verzoek van het G40-netwerk. Aan de basis staan vijftig interviews door het hele land, waarin CROW peilde hoe gemeenten omgaan met parkeernormen, deelmobiliteit en nieuwe woonwijken. “Gemeenten gaven eerlijk aan: jullie maken mooie kennis, maar het vakmanschap ontbreekt soms om die toe te passen”, zegt Frans.
De werkdruk is enorm. Mensen hebben geen tijd om dikke rapporten te lezen, merkt Frans. “We zagen dat sommige gemeenten nog werkten met cijfers uit 2012. Daar stond niets in over deelmobiliteit of hubs. Met de handreiking en met cursussen helpen we ze om parkeren niet als los thema te zien, maar te koppelen aan woningbouw, leefkwaliteit, ruimtegebruik en klimaatadaptatie.”
CROW blijft nadrukkelijk kennisinstelling, geen adviesbureau. “Wij willen dat de kennis echt tussen de oren van professionals komt”, zegt Frans. “We begeleiden, we prikkelen, maar gemeenten moeten zelf kiezen. Ik zie mezelf als een aanjager.”
In 2025 haakt CROW aan bij verschillende nationale programma’s, zoals Integraal Samenwerken Openbare Ruimte (ISOR), het DMI Ecosysteem en programma Woningbouw en Mobiliteit. Daar werkt CROW met koplopergemeenten en ministeries aan nieuwe vormen van integraal programmeren. Een sprekend voorbeeld is de ontwikkeling van een digital twin voor Dronten Zuid, samen met de gemeente, de provincie en Geonovum.
Varianten doorrekenen
Frans: “Het mooie is dat we onze kennis koppelen aan data en techniek. Zo kun je varianten voor een autoluwe wijk doorrekenen en inzichtelijk maken wat dat betekent voor lopen, fietsen, parkeren en groen. En ondertussen leren wij welke gereedschappen in de praktijk echt werken.”
Die praktijkervaring levert input op voor de onderkant van de kennispiramide: nieuwe richtlijnen en handreikingen waar alle gemeenten van profiteren. “Het mag niet het feestje van de happy few blijven”, zegt hij. “De vraag is steeds: hoe maken we van koploperservaringen collectieve kennis voor 345 gemeenten?”
Binnen CROW is gebiedsgericht werken inmiddels één van de strategische speerpunten, naast kunstmatige intelligentie en release-vorming. Er wordt gewerkt aan een meerjarig programma met twaalf parels, vertelt Frans. “Thema’s als circulariteit, gezondheid, openbare ruimte en mobiliteit, waar we CROW-breed mee aan de slag gaan. Buiten is daar grote behoefte aan. En binnen bouwen we aan een intern kennishuis, met gelaagde kennis: van strategische procesondersteuning tot op stoeptegelniveau.”
Frans weet zich hierin gesteund door directie en Raad van Toezicht. “Het feit dat gebiedsgericht werken speerpunt is en dat er middelen voor zijn, geeft veel vertrouwen”, zegt hij. “De opgave is groot. Maar als we onze collectieve kennis verbinden met gebiedsgericht maatwerk, kunnen we professionals helpen om leefbare, duurzame en veerkrachtige gebieden te realiseren.”
Meer lezen
De oorspronkelijke versie van dit artikel is te lezen in het CROW Jaarbeeld
