Nieuwsbericht

Dé verkeerskundige van de toekomst bestaat niet

Profielfoto van Kennisplatform CROW
5 juni 2024 | 4 minuten lezen

Verkeerskundigen zijn schaars en veelgevraagd, waar haal je ze vandaan? En aan welke eisen moeten verkeerskundigen van de toekomst eigenlijk voldoen? Over deze vragen bogen zich vakgenoten, opleiders en studenten op 29 mei tijdens een studie- en discussiemiddag op Hogeschool Windesheim in Zwolle.

Jaarlijks beginnen zo’n honderd studenten aan hogescholen en universiteiten aan een opleiding verkeerskunde. Ook studeren er jaarlijks ongeveer vijftig af. Ter vergelijking: bij de achttien gemeenten in de regio Arnhem-Nijmegen zijn er momenteel meer dan veertig vacatures voor verkeerskundigen. Het is duidelijk dat er dringend behoefte is aan meer vakgenoten. 

Drie verkeerskundigen verrichten in Zwolle de aftrap. Ze geven hun opvattingen over het vak en vatten die samen in een stelling.

Taede Tillema (strategisch adviseur bij het ministerie van IenW) ziet dat het vak van karakter is veranderd. In de jaren negentig was er vooral oog voor schaarste aan tijd: het verkeer moest sneller, de files moesten zoveel mogelijk worden opgelost. Tegenwoordig is het veel breder, Tillema ziet drie grote veranderingen:

  • Er is meer aandacht voor meer vormen van schaarste, zoals schaarste aan ruimte, en aan het feit dat verkeer kan conflicteren met andere onderwerpen.
  • Er is meer aandacht voor verdelingsvraagstukken, zowel ruimtelijk als sociaal; denk aan het onderwerp vervoersarmoede.
  • Er zijn nieuwe vormen van mobiliteit om rekening mee te houden, zoals Smart Mobility en elektrisch rijden, maar er zijn ook andere verplaatsingspatronen, door thuiswerken bijvoorbeeld. 

Tillema onderscheidt drie v’s: vakinhoudelijke verkeerskundige kennis blijft belangrijk, maar daarnaast is verwondering van belang (‘sta open voor nieuwe ontwikkelingen en blijf kritisch’) en verbinding met andere vakken en vaardigheden. Zijn stelling is dan ook: "De verkeerskundige was verbinder van plekken, maar moet meer een verbinder van werelden zijn."

Niet iedereen is het daarmee eens: wordt de verkeerskundige als verbinder niet een generalist waar er al meer van zijn? Dreigt de ‘harde kennis’ van het vak daardoor niet te veel op de achtergrond te raken? Daar staat tegenover dat op z’n minst een zeker begrip van zaken als ruimtelijke ordening, bestuursrecht of zelfs sociologie nuttig is om elkaars taal en begrippenkader te kennen. Als verkeerskundige werk je immers altijd samen met vertegenwoordigers van andere disciplines.

Guus Verweij studeert momenteel verkeerskunde aan de TU Twente en is dus letterlijk een verkeerskundige van de toekomst. Zijn verhaal illustreert een van de problemen van het vak. Toen hij begon met de studie civiele techniek had hij geen idee wat verkeerskunde was. Pas tijdens de studie ontdekte hij het en raakte erdoor gegrepen. Het blijft wat hem betreft lastig om aan te geven wat verkeerskunde precies is, het is niet erg tastbaar – je bouwt geen brug, zoals een civiel ingenieur – en het vak raakt aan veel onderwerpen. Je hebt naast vakinhoudelijke kennis ook veel algemene kennis van andere disciplines nodig, deels afhankelijk van de plek waar je terecht komt. Zijn stelling: "Dé verkeerskundige van de toekomst bestaat niet." Anders gezegd: er zijn wel tien verschillende verkeerskundigen van de toekomst.

Matthieu Nuijten (Dura Vermeer) ziet als belangrijke onderwerpen van het vak naast verbinden ook, in toenemende mate, ontsluiten en verblijven. Daarnaast geldt: "Veiligheid en gezondheid zijn belangrijker dan hoe snel je ergens kunt komen." En de verkeerskundige van nu denkt steeds meer in termen van assetmanagement: hij maakt keuzes en houdt behalve met het verkeer ook rekening met aspecten als duurzaamheid en financiële haalbaarheid. Zijn stelling: "De verkeerskundige meet en rekent, geeft vorm en communiceert in woord en geschrift."

In twee discussiesessies komen vervolgens vier kwesties aan de orde:

  • Wat voor profiel, welke competenties heeft de verkeerskundige nodig?
  • Bieden de opleidingen de juiste onderwerpen aan?
  • Hoe zit het met (de organisatie van) de arbeidsmarkt?
  • Hoe kunnen we het imago van het vak verbeteren?

De sessies leveren een aantal suggesties en denkrichtingen op. Dat het vak is veranderd is een gegeven, maar jonge mensen zijn ook veranderd. Hun maatschappelijke betrokkenheid is misschien wel groter dan vroeger. Bedenk daarom wat deze generatie aanspreekt en maak daar gebruik van.
Laat werkgevers en opleidingsinstellingen met elkaar in gesprek blijven, zodat ze van elkaar weten wat er speelt en hoe opleidingen kunnen aansluiten op wensen uit de praktijk.

Het grootste probleem ligt aan het begin: hoe krijg je studenten binnen? Het vak is onbekend. Het heeft geen slécht imago, maar juist helemaal geen imago. De vraag is: hoe krijgt verkeerskunde dat wel? En als het over beeldvorming gaat: wordt verkeerskunde niet te veel gezien als een beta-vak? Het is veel breder. Je zou het zelfs als een gamma-vak kunnen zien. De (te) eenzijdige focus op techniek kan potentiële studenten afschrikken.
Samengevat zijn de aanbevelingen: benadruk de maatschappelijke betekenis van het vak, zorg dat het zichtbaarder wordt en maak duidelijk dat er naast de ‘harde’ (technische) kant ook een ‘zachte’ kant is.

Tot zover het ‘wat’. Vervolgens het ‘hoe’. Een aantal praktische ideeën: 

Profiel van de verkeerskundige van de toekomst

  • Heb een brede blik, stel niet het verkeer maar de ruimte centraal.
  • Besef dat verkeer een middel is bij het realiseren van (onder meer) ruimtelijke doelen.
  • Houd rekening met sociale aspecten, maak gebruik van gedragswetenschap.
  • Durf tegen heilige huisjes te schoppen.
  • Kijk naar en leer van andere disciplines.

Organisatie en arbeidsmarkt

  • Werf niet alleen op skills, maar ook op motivatie, benadruk het maatschappelijk belang van verkeerskunde.
  • Kijk meer naar zij-instromers, bijvoorbeeld vanuit civiele techniek, maar ook uit sectoren als de reiswereld en de banken. Het UWV heeft inzicht in alle branches.
  • Een taak voor de werkgevers: houd mensen vast door ze meer ontwikkelingsmogelijkheden te bieden tijdens hun carrière.
  • Organisaties moeten onderling meer kennis delen. 

Opleidingen

  • Zorg dat je als opleiding (beter) bekend wordt in het voortgezet onderwijs. Nu is de keuze voor verkeerskunde vaak een kwestie van toeval.
  • Benadruk de bijdrage die je als verkeerskundige aan de maatschappij kunt leveren.
  • Organiseer zij-opleidingen voor mensen die al werken. Werkgevers moeten hierin investeren.
  • De universitaire opleidingen zijn vaak gericht op een wetenschappelijke carrière, terwijl de meeste studenten de praktijk in gaan.  

Imago

  • Opleidingen, bundel de krachten, werk samen om het vak een beter imago te geven.
  • Benader het voortgezet onderwijs, vertel wat je doet.
  • Besteed in het hele onderwijs aandacht aan verkeer, vanaf de eerste groepen op de basisschool.

Kortom, werk aan de winkel waarvoor creativiteit nodig is! De zoektocht gaat verder op het komende Nationaal Verkeerskundecongres in Arnhem. Er is in ieder geval geen pessimisme. De conclusie is dat er veel valt te beleven in het vak, het moet alleen beter worden uitgedragen. "Misschien zijn we te bescheiden, verkeerskundigen mogen best wat meer opvallen."

Nationaal Verkeerskundecongres 2024

Meer informatie over het Nationaal Verkeerskundecongres op 6 en 7 november 2024 vind je op NationaalVerkeerskundecongres.nl